Artikel in de Tubantia: In Amsterdam altijd een Tukker gebleven!

Vorige week verscheen er een uitgebreid artikel in de Twentsche Courant Tubantia welke ik met goedkeuring van de krant op mijn site mag plaatsen.

In Amsterdam altijd een Tukker gebleven

Moniek Nijhuis (25) is de laatst overgebleven topzwemmer uit Twente. Na zeven jaar Amsterdam gaat ze een nieuwe uitdaging aan.

door Joost Dijkgraaf

Vlakbij de plek waar wereldsterren een stilleven leiden, komt Moniek Nijhuis de hoek om gelopen. Het is woensdagmorgen, De Dam, voor wassenbeeldenmuseum Madame Tussauds. Al zeven jaar woont, zwemt en studeert de schoolslagzwemster uit Overdinkel in Amsterdam. Of ze zich helemaal thuis voelt in Mokum? Al slenterend door het centrum schudt Nijhuis het hoofd. Nog altijd is goed te horen waar ze weg komt. „Dat Twentse gaat toch niet uit me. Echt Amsterdams zal ik nooit worden. Wat wil je ook, ik kom uit Overdinkel, waar het ons-kent-ons is. Dan is Amsterdam een cultuurshock.” In de stad waar tout bekend Nederland zich graag laat zien, is Nijhuis een nobody. Op straat werd ze nog nooit herkend. Terwijl Nijhuis toch echt de schoolslagkoningin van Nederland is en afgelopen zomer meedeed aan de Olympische Spelen, in Londen. Met Twente heeft ze veel meer, en de regio met haar. Die band zal alleen maar sterker worden, aangezien Nijhuis de laatste zwemmer op topniveau uit dit gebied is. De afgelopen jaren streden er altijd wel een paar Tukkers aan het front op internationale zwemtoernooien. Maar na de zomer vonden Marleen Veldhuis, Hinkelien Schreuder en Job Kienhuis het tegelijk mooi geweest. Ze stopten, Nijhuis bleef als enige over. „Of ik daardoor druk voel? Nee, ik sport om het uiterste uit mezelf te halen. Aan het zwemmen ben ik verslaafd geraakt, niet aan de belangstelling. Ik hoef niet per se in de spotlights”, klinkt het nuchter.

In een piepklein cafeetje langs de Amsterdamse gracht vertelt Nijhuis honderduit. Over haar aanstaande verhuizing naar Drachten, over de mislukte Spelen en over haar moeizame eerste jaren in Amsterdam, waarin ze zich vaak eenzaam voelde. Na de Swim Cup, die vandaag begint, verruilt ze de wereldstad voor Friesland. Noodgedwongen moest ze op zoek naar iets nieuws, omdat bij haar Amsterdamse zwemclub geen plaats meer is. Nijhuis werd met haar 25 jaar te oud om mee te draaien met het talentenprogramma daar. De laatste maanden zocht ze naar allerlei alternatieven. Zo ‘solliciteerde’ ze bij de groep van Marcel Wouda in Eindhoven, maar daar kon ze niet terecht. „Achteraf gezien is dat misschien maar beter ook”, zegt ze daar nu over. „In Eindhoven was ik als nummer dertien bij de groep gekomen. Tussen Ranomi Kromowidjojo en Femke Heemskerk krijg ik natuurlijk niet de meeste aandacht.” Verrassend genoeg bleek de uitkomst te liggen in Drachten, waar een ambitieus plan is opgezet om zwemmers beter te maken. „Nog een pluspunt: daar ben ik beste zwemmer, met een trainer die vol voor me gaat. Ik hoop in Drachten mijn lichaam een nieuwe impuls te geven.”

Haar periode in Amsterdam zal niet de boeken in gaan als ‘zeven vette jaren’. Ze werd een betere zwemster, dat zeker, maar kende ook veel tegenslag. Zo miste Nijhuis de Spelen van 2008. De volgende editie, in Londen, stond ze er dus wel, maar verprutste ze haar zuurverdiende ticket in de ochtendseries. Roemloos verdween ze van het olympische toneel. „Toch is dat de trigger geweest om nog vier jaar door te gaan. Ik wil het rechtzetten, ben meer waard dan dat. En ik weet nu hoe gaaf het is om de Spelen mee te maken. Dat wil ik nog een keer.” De route richting Rio 2016 moet er één worden met hoogtepunten onderweg. Op dit moment schurkt Nijhuis tegen de wereldtop aan, maar de laatste stap moet nog gezet worden. En dat is vaak het lastigste. „Het gevoel dat ik een olympische finale kan halen, is mijn houvast. Maar de komende jaren wil ik internationaal ook wel eens in de prijzen vallen. Alleen van een paar EK’s op de kortebaan heb ik medailles thuis. Het moet ook leuk blijven voor mezelf. Dat begint er mee mezelf te verbeteren.”

Is de Moniek Nijhuis van zeven jaar geleden nog te vergelijken met die van nu?

„Misschien ben ik iets opener geworden, maar ik blijf erg nuchter. Als 18-jarige was het heftig om de stap te maken. Toen ik hier kwam, stond mijn sociale leven op nul. Uit Twente houd je toch maar een handjevol vriendinnen over, hier had ik niets. Dat is iets waar ik nu ook bang voor ben in Drachten. Ik heb mensen om me heen nodig, anders word ik eenzaam. De eerste jaren in Amsterdam heb ik me ook echt eenzaam gevoeld. Er waren weken dat ik uitkeek naar vrijdagmiddag, om terug te kunnen naar Twente. Dat geldt nu allang niet meer, heb ook een vriend in Almere. Maar het duurde wel twee jaar voordat ik me gelukkig voelde in Amsterdam.”

Wat heb je in die periode over jezelf geleerd? 

„Dat ik een twijfelaar ben. Dat zit gewoon in me. Mijn vader is ook niet de meest positieve persoon op de wereld. Als we vroeger thuis het Nederlands elftal keken, riep hij als eerste: dat wordt weer niks. Het pessimistische zit ook in mij. Maar ik heb wel het idee dat het steeds beter gaat.”

Heb je op jezelf in moeten praten om te geloven in de nieuwe uitdaging in Drachten?

„Nee, dat niet. Maar ik was wel sceptisch. Dacht: dan kom ik daar weer in een groep met jonge kinderen terecht. Wat ga ik er nou eigenlijk op vooruit? Maar dat leek me ook een reële vraag. Na een gesprek met de trainer werd me duidelijk met wie ik daar kon trainen. Bovendien mag mijn eigen coach mee naar toernooien en sluit ik bij de nationale ploeg aan voor trainingskampen in het buitenland. Kortom: ik kreeg er een steeds beter gevoel bij. Het heeft me positief verrast. En nu heb ik er gewoon heel veel zin in.”

Bron: Twentsche Courant Tubantia

FacebookTwitterShare

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>